Clubkampioenschap

Clubkampioenschap

Benjamins/pupillen/miniemen

Cross          

Om in aanmerking te komen voor het clubkampioenschap cross dient ieder atleet in de loop van het seizoen met succes deel te nemen aan minstens 4 crossen. Bij de berekening wordt de behaalde plaats in de rangschikking gedeeld door het aantal aangekomen atleten (bij een kampioenschap vb. Provinciaal of Belgisch wordt het aantal aangekomen atleten verdubbeld), afgerond tot op 3 cijfers na de komma. De vier laagste resultaten worden in aanmerking genomen en opgeteld. Diegene met de laagste score wordt clubkampioen. Per categorie zijn er 2 kampioenen, namelijk een 1ste jaar en een 2de jaar. Iedereen die in aanmerking komt krijgt een identieke beloning (van de 1e tot de 3de plaats). Vanaf de vierde plaats wordt een medaille toegekend. De jeugdwerking kan wel nog een voorstel doen aan de RvB voor een bijkomende beloning.

Indoor

Om in aanmerking te komen voor het clubkampioenschap indoor dient iedere atleet in de loop van het indoorseizoen met succes aan minstens 4 proeven deel te nemen, waarvan minstens 1 loopnummer, 1 springnummer en 1 werpnummer. We kennen aan elke proef punten toe a.d.h.v. de VAL tabellen jeugd. We nemen de hoogste punten van elke categorie , dus 1 loopnummer, 1 springnummer en 1 werpnummer, diegene met de hoogste score wint.  Er is slechts 1 kampioen per catergorie Iedereen die in aanmerking komt krijgt een identieke beloning (van de 1e tot de 3de plaats)

Vanaf de vierde plaats wordt een medaille toegekend. De jeugdwerking kan wel nog een voorstel doen aan de RvB voor een bijkomende beloning.

Piste

Om in aanmerking te komen voor het clubkampioenschap piste dient iedere atleet in de loop van het seizoen met succes deel te nemen aan minstens 3 wedstrijden en aan tenminste 8 proeven, waarvan minstens 1 loopnummer, 1 springnummer en 1 werpnummer.  Bij een meerkamp wordt ieder onderdeel als proef beschouwd, ook de deelname aan een aflossing wordt beschouwd al s een proef.

We kennen aan elke proef punten toe a.d.h.v. de VAL tabellen jeugd. We nemen de hoogste punten van elke categorie , dus 1 loopnummer, 1 springnummer en 1 werpnummer, diegene met de hoogste score wint.  Er is slechts 1 kampioen per catergorie Iedereen die in aanmerking komt krijgt een identieke beloning (van de 1e tot de 3de plaats).

Vanaf de vierde plaats wordt een medaille toegekend. De jeugdwerking kan wel nog een voorstel doen aan de RvB voor een bijkomende beloning.

Daarnaast kunnen we vermelden wie er vedette of laureaat geworden is bij lange afstand, sprint, springen en werpen. 

Wie clubkampioen is bij de ben/pup/min krijgt een trofee, ben je in meerdere disciplines clubkampioen, krijg je maar 1 trofee.  Er worden eventueel ook nog trofeeën toegekend voor een tweede en derde plaats en de volgende plaatsen worden beloond met een “medaille”.  Voor een atletiekjaar kan je slechts 1 trofee ontvangen en dit voor uw hoogst geplaatste plaats.

Het clubkampioenschap  vanaf cadet

Er wordt jaarlijks een clubkampioenschap ingericht voor cadetten, scholieren, junioren, senioren en veteranen (voor deze laatste per leeftijdstrap van 5 jaar) en dit zowel voor crossen, indoorwedstrijden als pistewedstrijden. Enkel de officiële wedstrijden, erkend door de VAL, LBFA en IAAF, en waarvan de uitslag vóór 15 november in bezit is van de secretaris worden in aanmerking genomen voor het clubkampioenschap. De wijze waarop het clubkampioenschap verloopt wordt ieder jaar door het Bestuur bij de aanvang van het seizoen meegedeeld via een nieuwsbrief en/of website. De clubkampioenen ontvangen een trofee in zoverre dat het lidgeld voor het volgende atletiekseizoen voldaan is.

Indoor

Om in aanmerking te komen voor het clubkampioenschap indoor dient iedere atleet in de loop van het indoorseizoen met succes aan minstens 4 proeven deel te nemen. Het gaat hier duidelijk om proeven en geen wedstrijden. Zo kan men in iedere wedstrijd deelnemen aan meerdere proeven. Bij de meerkamp wordt ieder onderdeel beschouwd als een proef. Ook de deelname aan een aflossing wordt beschouwd als een proef. Enkel de 4 beste proeven worden in aanmerking genomen bij de berekening van het puntentotaal.

Voor de berekening van het puntentotaal wordt, naargelang de categorie, de Hongaarse of VAL tabellen gebruikt en doorgerekend naar een score van 1 tot 7 punten. Alle proeven die volgens de tabellen niet in aanmerking kunnen komen voor punten krijgen steeds de laagste score van 1 punt.

Deze score wordt als volgt bepaald:

Punten volgens de tabellen                     Punten voor het clubkampioenschap

Minder dan 140 punten                                            1 punt

141 tot 300 punten                                                 2 punten

301 tot 480 punten                                                 3 punten

481 tot 680 punten                                                 4 punten

681 tot 900 punten                                                 5 punten

901 tot 1140 punten                                              6 punten

1141 en meer punten                                            7 punten.

Clubkampioen wordt diegene die het hoogste puntenaantal behaalt. Indien er meerdere atleten zijn met hetzelfde puntenaantal wordt de puntenverdeling van de 4 beste proeven, van de grootste naar de laagste score, vergeleken. Indien nog geen verschil hebben we een ex-aequo.

Cross

Om in aanmerking te komen voor het clubkampioenschap cross dient iedere atleet

In de loop van het seizoen met succes deel te nemen aan minstens 4 crossen.

Bij de berekening wordt de behaalde plaats in de rangschikking gedeeld door het aantal aangekomen atleten, afgerond tot drie cijfers na de komma. De vier (respectievelijk zes) laagste resultaten worden in aanmerking genomen en opgeteld.

Piste

Om in aanmerking te komen voor het clubkampioenschap piste dient iedere atleet in de loop van het seizoen met succes aan minstens 8 proeven deel te nemen.

Het gaat hier duidelijk om proeven en geen wedstrijden. Zo kan men in iedere wedstrijd deelnemen aan meerdere proeven. Bij de meerkampen wordt iedere onderdeel beschouwd als een proef. Ook de deelname aan een aflossing wordt beschouwd als een proef.

Enkel de beste 8 proeven, waaronder minstens 2 verschillende disciplines, worden in aanmerking genomen bij de berekening van het puntentotaal. Een atleet die in de loop van het seizoen 10-maal kogelstoten doet komt wel in aanmerking voor het clubkampioenschap, maar bij de berekening van het puntentotaal wordt slechts de 6 beste proeven in aanmerking genomen. Om 8 proeven in aanmerking te kunnen nemen dient deze atleet naast kogelstoten bijkomend aan 2 andere disciplines deel te nemen.

Voor benjamins tot en met miniem moeten de 8 beste proeven minstens 1 loopnummer, 1 werpnummer en 1 springnummer bevatten.

Voor de berekening van het puntentotaal wordt, naargelang de categorie, de Hongaarse of VAL tabellen gebruikt en doorgerekend naar een score van 1 tot 7 punten. Alle proeven die volgens de tabellen niet in aanmerking komen voor punten krijgen steeds de laagste score van 1 punt.

Deze score wordt als volgt bepaald:

Punten volgens de tabellen                     Punten voor het clubkampioenschap

Minder dan 140 punten                                            1 punt

141 tot 300 punten                                                 2 punten

301 tot 480 punten                                                 3 punten

481 tot 680 punten                                                 4 punten

681 tot 900 punten                                                 5 punten

901 tot 1140 punten                                               6 punten

1141 en meer punten                                            7 punten.

Clubkampioen wordt diegene die het hoogste puntenaantal behaalt. Indien er meerdere atleten zijn met hetzelfde puntenaantal wordt de puntenverdeling van de 8 beste proeven, van de grootste naar de laagste score, vergeleken. Indien nog geen verschil hebben we een ex-aequo.

De bedragen vind je bovenaan terug in het Huishoudelijk Reglement.